Veelgestelde vragen

SAFE TRAIN - Wachtebeke - Veelgestelde vragen
Hoe ontstaat een brand?
De drie elementen die brand veroorzaken vormen de zogenaamde vuurdriehoek. De vuurdriehoek bestaat uit brandbaar materiaal, zuurstof en temperatuur. Zodra één van deze elementen ontbreekt, kan geen brand ontstaan.

Welke soorten brandhaarden bestaan er?
Volgens internationale afspraken worden de verschillende brandhaarden onderverdeeld in klasse A, B, C en D.

Klasse A: Vaste stoffen
Klasse B: Vloeistoffen (ontvlambaar)
Klasse C: Gassen
Klasse D: Metalen
Welke soorten blusmiddelen zijn er verkrijgbaar?

CO2 blusapparaat:
  • wordt enkel gebruikt bij kleine branden.
  • Opgelet voor vrieswonden: -78°C.
Poederblusapparaat:
  • Schade na blusactie, het poeder kruipt tot in de kleinste hoekjes.
  • Beperkt het zicht.
Water met additief blusapparaat:
  • weinig schade na blusactie.
  • Traag.
Muurhaspel:
  • schade na blusactie.
  • Gevaar op vloeistoffen.
  • Elektrocutie.
Welk blusapparaat gebruik ik bij welk soort brand?
CO2-blusapparaat:
  • enkel bij kleine branden van het type B (ontvlambare vloeistoffen) en het type C (gassen).
Poederblusapparaat:
  • bij branden van het type A (vaste stoffen), het type B (ontvlambare vloeistoffen) en het type C (gassen).
  • D-poeder is een speciaal type poeder dat enkel geschikt is voor metaalbranden.
Water met additief blusapparaat:
  • bij branden van het type A (vaste stoffen) en het type B (ontvlambare vloeistoffen).
Muurhaspel:
  • enkel efficiënt bij branden van het type A (vaste stoffen).
Kan een blusapparaat herladen worden?
Ja, de leverancier hervult ze en levert ze terug bij u thuis.
Dit geldt voor alle merken blusapparaten.

Hoe lang kan men blussen met een blusapparaat?
CO2-blusapparaat: 20 sec.
Poederblusapparaat: 12 sec.
Water met additief blusapparaat: 45-60 sec.
Muurhaspel: onbeperkt

Wat is de levensduur van een draagbaar blusapparaat?
De levensduur van een draagbaar blusapparaat varieert en hangt in grote mate af van een aantal factoren zoals corrosieve omgeving, milieu, inslagen, beschikbaarheid van originele onderdelen,...
Met uitzondering van CO2-brandblussers en drukflessen zou de levensduur van de draagbare brandblusser 20 jaar niet mogen overschrijden. Een CO2-brandblusser dient na 10 jaar of na 5 jaar in geval van gebruik, een hydraulische herbeproeving te ondergaan.

Moet een blusapparaat gecontroleerd worden ? Is er een wettelijke verplichting?
Als gebruiker dient u te voorzien in een jaarlijks onderhoud van de brandblusapparaten en de drukflessen, door een bevoegd persoon. Dit onderhoud gebeurt in overeenstemming met de voorgeschreven norm inzake beveiliging tegen brand en indringing. De frequentie kan opgevoerd worden, rekening houdend met omgevingsfactoren of speciale risico's.

Is een blusdeken herbruikbaar?
Volgens de norm niet. Maar er is slechts een thermische afbraak van 2% na 1 uur bij 800° C. Zijn bluscapaciteit wordt dus nauwelijks aangetast. Naargelang de te blussen brandhaard kan een blusdeken wel sterk vervuild geraken (bijv. bij het blussen van een brandende frietketel) waardoor het blusdeken amper te reinigen valt.

Hoeveel blusapparaten zijn er nodig voor een bepaalde oppervlakte?
De beroepsvereniging der verzekeringsondernemingen BVVO voorziet, in het kader van de Afdeling Brand-Commissie Preventie, in bepaalde voorschriften voor het plaatsen van niet-automatische brandblusapparaten.

Het vereiste aantal bluseenheden is één bluseenheid per 150 m² te beschermen oppervlakte, met een minimumvan twee bluseenheden per constructieniveau. Bij de berekening van het aantal oppervlakte-eenheden telt ook het restant kleiner dan 150m² als volwaardige oppervlakte-eenheid. Die beveiliging wordt versterkt voor de gevaarlijke zones volgens welbepaalde specificaties van de verzekeraar.

Hoe moeten rookmelders worden getest?
Test de rookmelder eens per maand door +/- twintig seconden op de testschakelaar te drukken. De elektronische zoemer moet het alarmsignaal geven. U dient de rookmelder altijd na een lange periode van afwezigheid (zoals bijv. vakantie) te testen evenals na het vervangen van de batterij of het uitvallen van de netspanning. De rookmelder gaat na een alarm automatisch terug naar de bewakingstoestand wanneer de oorzaak van het alarm (d.w.z. de rook) helemaal verdwenen is.
Als de rookmelder niet aan de eisen voldoet, moet u deze onmiddellijk laten repareren of vervangen door een erkend installateur.

Hoe moeten rookmelders worden onderhouden?
Behalve het periodieke testen met de testschakelaar moet de rookmelder bovendien minimaal één keer per jaar met een zachte borstel en de stofzuiger worden gereinigd.
Maak ook het deksel proper met een vochtige doek. Schakel, voordat u met het schoonmaken begint, de netspanning naar de rookmelders uit! Vergeet niet na het reinigen de spanning weer in te schakelen.
Minimaal éénmaal om de vier jaar moeten de batterijen van de rookmelders vervangen worden.

Wanneer moet ik rookmelders toepassen?
Rookmelders zijn verplicht in nieuwbouw en bij renovatieprojecten van woonhuizen en appartementen. De rookmeldernorm moet voldoen aan de norm NEN 2555.

Wat kan ik doen om koolmonoxidevorming te voorkomen?
Laat de CV ketel minstens éénmaal per jaar nakijken, controleer regelmatig de afvoerkanalen en zorg dat deze niet geblokkeerd zijn, zorg voor voldoende ventilatie en wees extra zorgvuldig met geisers en gaskachels.

Waar kan ik rookmelders kopen?
Rookmelders zijn verkrijgbaar bij vrijwel alle leveranciers van blusmiddelen, doe-het-zelf-zaken en uw elektrotechnisch installateur. Let er bij aanschaf wel op dat de melder voldoet aan de geldende norm NEN 2555.

Zijn ionisatierookmelders gevaarlijk?
De ionisatierookmelder werkt op basis van een sensor met een uiterst minieme hoeveelheid radioactief materiaal dat deeltjes een elektrische lading geeft (ionen). Deze elektrische lading wordt verstoord door rookdeeltjes, waarna het geluidssignaal wordt geactiveerd. Het radioactieve materiaal vormt geen direct gevaar voor de gezondheid. De techniek heeft zich bewezen, is door en door beproefd, voldoet aan nationale en internationale normen en wordt in veel landen toegepast. Algemeen kan gesteld worden dat in één ionisatierookmelder minder radioactiviteit voorkomt dan in de vrije natuur.
Vanwege de minder milieuvriendelijke samenstelling van dit type melder wordt de verkoop ervan wel zoveel mogelijk teruggedrongen.

Welke type rookmelder functioneert beter?
In het algemeen zijn in woningen smeulbranden de oorzaak van branden. Zowel ionisatie als optische rookmelders detecteren rook, maar de optische rookmelder reageert sneller op smeulbranden dan de ionisatiemelder. Daarom is het bij toepassing in woningen het beste optische rookmelders te gebruiken.

Wat is het verschil tussen een ionisatiemelder en een optische rookmelder?
Het werkingsprincipe van de rookmelder.

De ionisatierookmelder werkt op basis van een sensor met een uiterst minieme hoeveelheid radioactief materiaal dat deeltjes een elektrische lading geeft (ionen). Deze elektrische lading wordt verstoord door rookdeeltjes, waarna het geluidssignaal wordt geactiveerd. Het radioactieve materiaal vormt geen direct gevaar
voor de gezondheid.
De techniek heeft zich bewezen, is door en door beproefd, voldoet aan nationale en internationale normen en wordt in veel landen toegepast. Deze melder is met name geschikt voor zich snel ontwikkelende branden (open vuur).

De optische rookmelder. Dit type rookmelder reageert op de verstrooiing van licht door rookdeeltjes in de sensorkamer. Daardoor gaat het alarm af. Dit type melder is met lichtbron, lenzen en reflectietechniek complexer wat opbouw en productie betreft. Deze melder is met name geschikt voor zich langzaam ontwikkelende branden (smeulbranden).

Vanwege de minder milieuvriendelijke samenstelling van dit type melder wordt de verkoop ervan zoveel mogelijk teruggedrongen.

Wat kan ik als particulier doen om mijn gezin te beschermen?
  • (laten) installeren van optische rookmelders in de woning
  • (laten) installeren van koolmonoxide elders nabij de CV-ruimte, geiser en andere verbrandingsapparaten
  • het in huis hebben van een blusdeken, een brandblusser en vluchtladder; te gebruiken in het geval er brand uitgebroken is; een blusdeken en/of brandblusser om kleine brandjes te blussen en de vluchtladder om een vluchtweg van grotere hoogte te creëren
  • opstellen van een vluchtplan bij een eventuele brand. Dit vluchtplan moet door iedere huisgenoot gekend zijn. Het is verstandig dit vluchtplan regelmatig te controleren op juistheid en om te oefenen met de huisgenoten zodat, in geval van brand, iedereen weet wat hij of zij moet doen.
  • wekelijks de geïnstalleerde rook-/hitte-/CO-melders testen en regelmatig de melder met een stofzuiger schoonzuigen.
Waar moet de rookmelder geplaatst worden?
Een rookmelder dient geplaatst te worden in de verbindingsruimte tussen de slaapvertrekken en de uitgang.

Voor welke projecten gelden deze regels?
Nieuwbouw en renovatieprojecten.

Hoe onstaat koolmonoxide?
Koolmonoxide ontstaat als gevolg van een onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen.
Niet alleen bij brand komt koolmonoxide (CO) vrij, maar ook bij slecht functionerende geisers, CV-ketels en open haarden kan koolmonoxide vrij komen. Dit gevaar is wellicht nog groter dan brand, omdat brand door ons kan worden waargenomen. Koolmonoxide is echter onzichtbaar, reukloos, smaakloos en niet voelbaar. Daarom is het zo belangrijk om naast een rookmelder, ook een CO-melder in huis te hebben die in alarm komt zodra de concentratie koolmonoxide te hoog is.

Waarom is koolmonoxide zo gevaarlijk?
Koolmonoxide bindt zich in uw bloedbaan aan hemoglobine en deze vervangen de voor u noodzakelijke zuurstofdeeltjes. Hierdoor ontstaat een toxische, reukloze en onzichtbare verbinding die gevaarlijk is voor uw lichaam. Koolmonoxide weegt ongeveer hetzelfde als lucht en verspreidt zich snel en gelijkmatig door een ruimte en het huis.

Wat is de beste plaats voor een koolmonoxidemelder?
De beste plaats voor een koolmonoxide melder is minimaal twee meter verwijderd van een mogelijk bron van onvolledige verbranding, bijv. CV-ketel, geiser, open haard, gasapparaten e.d. Plaats uw CO-melder op +/- anderhalve meter boven de vloer zodat u het groene en rode lampje duidelijk kunt waarnemen.
Vermijd plaatsen waar stofophoping kan plaatsvinden. Koolmonoxide ontstaat door onvolledige verbranding. Hierdoor komt tegelijkertijd ook warmte vrij, en warme lucht stijgt op. Daarom is een hoger gelegen plek een betere locatie. Houd dus minimaal een hoogte van anderhalve meter aan. Voor plaatsing verwijzen wij naar de montagehandleiding die door de fabrikant van de koolmonoxidemelders wordt meegeleverd.

Waarvoor dienen de evacuatieoefeningen?
Deze oefeningen hebben o.a. tot doel de tijd, nodig voor de evacuatie van de verschillende gebouwen, te evalueren en de gebruikers vertrouwd te maken met het alarmsignaal en de evacuatiewegen. Iedereen wordt derhalve verzocht aan de oefening deel te nemen.

Hoe lang duurt de evacuatieoefening?

De oefening duurt maximum vijftien minuten en is ten einde bij het stoppen van het alarmsignaal, waarna iedereen het gebouw opnieuw kan betreden.

Waarom wordt de evacuatieoefening op voorhand aangekondigd?
Om paniekreacties bij het personeel te voorkomen, waardoor ernstige ongevallen vermeden worden. Bovendien worden zo bezoekers en studenten op voorhand geïnformeerd en geïnstrueerd omtrent de op te volgen instructies bij de oefening.

Wat zijn de instructies bij brand en/of brandoefening?
Bij het weerklinken van het alarmsignaal wordt gevraagd het volgende in acht te nemen:
  • Vermijd paniekreacties
  • Sluit de vensters van het lokaal waarin u zich bevindt
  • Verlaat het lokaal, sluit de deur, begeef u naar de dichtstbijzijnde uitgang of nooduitgang en verlaat het gebouw op een evacuatieniveau
  • Maak geen gebruik van de liften.
Waarom moeten we de vensters sluiten?
De vensters dienen gesloten te worden om de toevoer van de zuurstof bij een eventuele brand zoveel mogelijk te verminderen. Door temperatuursverschillen kan er bij brand een tocht ontstaan die verse zuurstof aanvoert. Doordat iedereen de ramen sluit in zijn lokaal, helpen we allemaal mee aan het afsluiten van verse zuurstoftoevoer naar de brand.

Waarom moeten we de deuren van de lokalen sluiten?

De deuren moeten gesloten worden om dezelfde reden als de ramen: verhinderen dat de brand aangewakkerd wordt door luchttoevoer. Bovendien voorkomen we zo dat bij een eventuele uitbreiding van de brand naar dat lokaal de verbrandingsgassen onmiddellijk in de gangen terecht komen, waardoor de zichtbaarheid verkleint en de mogelijke evacuatie bemoeilijkt wordt.

Waarom mogen we de deuren van de lokalen niet op slot doen?
Bij het effectief uitbreken van een brand zal een interventieploeg, meestal een brandweerploeg, het gebouw betreden om enerzijds de brand te blussen of anderzijds nog aanwezige personen te evacueren. Om het werk van deze interventieploeg, de controle op achtergebleven personen in de lokalen, niet te vertragen mogen de deuren niet afgesloten worden. Het openen van deze deuren kan soms veel kostbare tijd in beslag nemen.

Waarom mogen de liften niet gebruikt worden?
Bij een mogelijke brand is het niet uitgesloten dat de elektrische stroomvoorziening om één of andere reden uitvalt. De evacuatie van de in de geblokkeerde lift opgesloten personen kan enkel gebeuren vanuit de betreffende machinekamer welke zich meestal boven de bovenste verdieping bevindt. Bij een brandsituatie is deze verdieping doorgaans moeilijk bereikbaar.

Wie moet je alarmeren?
Bel onmiddellijk 112 (of 100). 100 is het éénvormige telefoonnummer voor dringende medische hulpverlening in België. 112 is het Europees noodnummer. Vanuit beide centrales wordt alle verdere hulp georganiseerd: politie, brandweer...
Heb je alleen politiehulp nodig? Bel dan het éénvormig nummer 101.
Andere nummers vind je bij noodnummers.

Hoe kan je alarmeren?
Vaste telefoontoestellen.
De nummers 100, 112 en 101 zijn gratis. In openbare telefoontoestellen heb je geen geldstukken of telefoonkaart nodig. Wanneer je belt, krijg je geen beltoon. Hang niet op, maar wacht tot je contact krijgt met de centrale.

Praatpalen
Langs grote verkeersaders vind je om de 2 km een praatpaal. De dichtstbijzijnde praatpaal wordt aangegeven met pijltjes op de verlichtingspalen of op kilometerbordjes. Op de paal staat een knop die je moet indrukken om met de politie te spreken. Deze praatpalen kan je gebruiken om een ongeval of mechanisch defect te melden en om dringende inlichtingen te vragen. De politie verwittigt de nodige diensten.

Gsm
Let erop dat je gsm een goede plaatsbepaling geeft. Je kan 112 (of 100) bellen. Je wordt dan met de dichtstbijzijnde hulpcentrale verbonden.

Noodfax
Doven, slechthorenden en slechtsprekenden gebruiken het systeem van de noodfax. De oproeper vult een standaardformulier in en faxt dit naar het nummer 100. De oproep wordt onmiddellijk en op dezelfde manier behandeld als een telefonische oproep.

Wat moet je meedelen?
Wat er gebeurd is en wat de gevaren zijn.
Geef een juiste beschrijving van het ongeval, kort en bondig. Probeer de telefonist niet te overtuigen dat het dringend is. Elke oproep is dringend. Vermeld alle gegevens die nodig zijn om de juiste hulpdiensten te sturen: slachtoffer dat moet worden bevrijd, brand- of ontploffingsgevaar, gaslek, vermoedelijk aantal slachtoffers, toestand van de slachtoffers…

Waar het gebeurd is
Gemeente, wijk, straat, huisnummer, eventueel verdieping, grote herkenningspunten in de omgeving (o.m. grootwarenhuis, benzinestation of monument)
Wie de slachtoffers zijn en in welke situatie ze zich bevinden.
Hoeveel slachtoffers? Gaat het om kinderen, volwassenen of bejaarden? Eventueel andere gegevens als deze belangrijk zijn. Denk maar aan een zwangere vrouw, een hartpatiënt… Vermeld zeker de vitale functies. Bij een bewusteloos slachtoffer en bij een ademhalings- of hartstilstand wordt een speciaal team uitgestuurd met de vereiste apparatuur.

Wanneer alarmeren?
Benader eerst het slachtoffer en zorg dat je een goed beeld van zijn toestand krijgt. Alarmeer onmiddellijk daarna de hulpdiensten en meld hen hoe het zit met het bewustzijn en de ademhaling van het slachtoffer.
In een aantal gevallen moet je onmiddellijk alarmeren. Als er veel slachtoffers zijn, als het slachtoffer niet veilig kan benaderd worden, als de gevaren te groot zijn om de alarmering uit te stellen tot na de benadering van het slachtoffer (bijv. bij een lekkende tank of een ongeval op de snelweg).

Neem voor meer info contact met ons op!
nl en fr
SAFE TRAIN, Akkerstraat 19, 9185 Wachtebeke, BelgiŽ, Stratenplan , Tel.: 093/28 36 99, Gsm: 0476/74 28 21, Fax: 092/85 92 77, info@safe-train.be